Blog: over adem HALEN en meer.

  • Over adem HALEN.
  • Over onbewust en bewust ademen.
  • Over beperkt en volledig ademen.
  • Over groot volledig en klein volledig ademen.
  • Over het aantal adembewegingen.
  • Over het nut van ademhalingsoefeningen.
  • Over jouw controle over je emoties en je zenuwstelsel.

Ademen is een uitwisseling van gassen binnen je lichaam. Je hebt een inwendige adem en een uitwendige adem. Je inwendige adem vindt plaats in iedere cel.

Je uitwendige adem is het proces van lucht naar binnen halen en naar je longen brengen. Tot aan je longblaasjes. In je longblaasjes geef je zuurstof af aan je bloed en neem je koolzuur op vanuit je bloed.

Het bijzondere aan je uitwendige adem is, dat je dat onbewust én bewust kan doen. Bovendien dat je dat beperkt én volledig kan doen. Groot volledig én klein volledig.

Ademen is onderdruk creëren in je borstkas. Je verruimt je borstkas waardoor er, door een onderdruk, als vanzelf, lucht naar binnen gaat (de wet van de communicerende vaten uit de natuurkunde).

Je verruimt je borstkas door, met je tussenribspieren, je borstkas breder te maken en op te tillen (inclusief het optillen van je sleutelbeenderen).

Je verruimt je borstkas óók door je middenrif naar beneden toe af te platten (middenrif = diafragma = bodem van je borstkas = dakje van je buikholte).

Je middenrif is een cirkel van peesachtig materiaal met straalsgewijs spiermateriaal. Aangehecht aan het bottige van je borstkas. Dat spiermateriaal kan je aanspannen, waardoor je je middenrif naar beneden toe afplat (= laat dalen).

Je kan je borstkas dus naar alle kanten verruimen. Naar beneden, omhoog, links, rechts en naar achteren. Waardoor je adem HAALT. Je kan een verticale verruiming van je lichaam ervaren en een horizontale.

Ademen wordt geregeld in je ademcentrum in je verlengde merg (= het meest basale deel van je hersenen = dat hersendeel wat we gemeen hebben met reptielen = je reptielenbrein). Je ademcentrum scant het koolzuur niveau in je bloed. Als er te weinig koolzuur in je bloed is, dan geeft je ademcentrum een prikkel af tot ademen. Waardoor je nieuwe ademhaling start. Dat proces gaat meestal onbewust.

Als je onbewust ademt dan kan het zijn dat je niet volledig ademt en bovendien te veel adembewegingen maakt (= aantal ademhalingen per minuut).

Als je niet volledig ademt, dan maak je geen gebruik van je longblaasjes laag in je longen. Dan doe je jezelf te kort.

Als je te veel adembewegingen maakt dan resulteert dat in onnodig verlies van koolzuur. Wat uiteindelijk leidt tot minder zuurstof in je cellen (= je inwendige adem).

We kunnen ook bewust ademen. Bewust ademen wordt aangestuurd door de hogere delen van onze hersenen. Die zijn in staat om vanuit de wil signalen uit te zenden naar je ademcentrum. Om als het ware de werking ervan over te nemen. (Uiteindelijk is de onbewuste werking van het ademcentrum sterker dan de sturing vanuit de wil. Als er levensgevaar is neemt de onbewuste werking van je ademcentrum het over).

Volledig ademen is ademen door je middenrif te laten dalen, waardoor het onderste segment van je longen gevuld wordt met lucht. Vervolgens je flanken te verbreden en je borstkas en sleutelbeenderen om hoog te brengen, waardoor het middensegment en de toppen van je longen gevuld worden.

Volledig ademen kan je heel groot doen. Dat is vanaf buiten goed zichtbaar als een bolle buik en een opgeheven borstkas.

Volledig ademen kan je ook heel klein uitvoeren. Vanaf buiten nauwelijks te zien. Maar wel volledig. Dus ondanks een kleine uitvoering wel maximaal gebruik van al je longblaasjes, voor maximale uitwisseling van gassen (zuurstof en koolzuur). Voor maximale zuurstof in je cellen.

Ademhalingsoefeningen doen is bewust ademen. Om je middenrif soepel te maken. Om te leren volledig te ademen, ook al doe je het klein. Om te voelen wanneer het tijd is voor je nieuwe inadem. Om, indien nodig, je ademcentrum te trainen om ook in onbewuste stand rustig te ademen. Om je emoties en je zenuwstelsel te beïnvloeden. Bijvoorbeeld als je angst voelt en je gaat langzaam ademen, dan word je rustiger, voel je je meer verbonden en heb je minder angst.

Tenslotte, ademen is adem halen én door de spierwerking, ook een innerlijke massage van al je organen. Bovendien het in beweging houden van je lymfe vocht (in je gehele lichaam) en je lumbaal vocht (in wervelkolom en hersenen).

Dus .. haal je adem, volledig, klein, ontspannen en niet te veel adembewegingen.

Doe ademhalingsoefeningen om jezelf te trainen, zodat je door middel van je adem, je emoties en je zenuwstelsel kan beïnvloeden.

Bron: o.a. F. R. Wissink

Categorien